Het komt regelmatig voor: u heeft een vordering op een (zakelijke) partner en om te voorkomen dat u na een langdurige procedure met lege handen staat, wordt conservatoir beslag gelegd. Denk aan het bevriezen van een bankrekening of het veiligstellen van onroerend goed.

Procederen kost immers tijd en geld. Het zou een flinke tegenvaller zijn wanneer na anderhalf tot twee jaar blijkt dat er niets meer te verhalen valt. Daarom kan voorafgaand aan een procedure bij de voorzieningenrechter verlof worden gevraagd om conservatoir beslag te leggen. In Nederland wordt dit verlof relatief eenvoudig – zonder wederhoor – verleend.
Met dat verlof kan de deurwaarder bewarende maatregelen nemen. Dit betekent dat tegoeden of goederen worden “bevroren” totdat de rechter definitief uitspraak doet. De debiteur kan dan bijvoorbeeld:
- niet vrij beschikken over zijn bankrekening,
- geen debiteuren innen,
- geen onroerend goed verkopen.
- Voor de beslagene kan dit verstrekkende gevolgen hebben.
Maar wat als het beslag in het buitenland is gelegd? En wat als de betrokken partijen in Nederland wonen?
Praktijkvoorbeeld: Surinaams beslag, Nederlandse rechter
In een recente zaak bij de rechtbank Rotterdam speelde het volgende.
In Suriname legden acht kinderen conservatoir beslag op onroerend goed dat eigendom was van de weduwe van hun overleden vader. Zij hadden op grond van het erfrecht en het testament een geldvordering op haar, die pas opeisbaar zou worden bij hertrouwen of overlijden.
De weduwe had het onroerend goed verkocht aan een stichting waarbij zij indirect betrokken zou zijn. Volgens de kinderen was sprake van een paulianeuze transactie: verkoop tegen een te lage prijs om vermogen aan hun toekomstige verhaal te onttrekken.
De Surinaamse rechter verleende verlof voor beslaglegging.
Maar vervolgens ontstond een bijzonder juridisch vraagstuk:
- De weduwe woonde in Nederland.
- Zeven van de acht kinderen woonden in Nederland.
- De overledene had in Nederland gewoond.
- Procedures in Suriname duren lang.
De weduwe stapte daarom naar de Nederlandse kortgedingrechter met het verzoek de kinderen te veroordelen het beslag op te heffen.
Is de Nederlandse rechter bevoegd?
Normaal geldt in het internationaal privaatrecht dat uitsluitend de rechter van het land waar het beslag is gelegd bevoegd is om te oordelen over de tenuitvoerlegging daarvan. Binnen de EU is dit vastgelegd in artikel 24 lid 5 van de Herschikte EEX-Verordening.
Maar hier zat een nuance.
De weduwe vroeg de Nederlandse rechter niet om zelf het Surinaamse beslag op te heffen. Zij vroeg om de kinderen te veroordelen om het beslag te laten opheffen, op straffe van een dwangsom.
Dat verschil is juridisch cruciaal.
De Rotterdamse voorzieningenrechter oordeelde dat hij wél bevoegd was, omdat:
- de gedaagden (de kinderen) in Nederland woonden,
- het geen executiegeschil was over de tenuitvoerlegging zelf,
- maar een vordering tot veroordeling van de beslagleggers.
De rechter kan het buitenlandse beslag dus niet zelf opheffen, maar kan de beslagleggers wel bevelen dit te doen.
Deze lijn sluit aan bij eerdere rechtspraak, onder meer van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
De andere zeven kinderen voerden aan dat het dan zinloos was hen te veroordelen: het beslag zou toch blijven liggen ten gunste van het achtste kind.
De rechter ging hier niet in mee. De weduwe kon er namelijk belang bij hebben dat zij nog slechts voor één beslaglegger vervangende zekerheid hoefde te stellen.
De vordering tot opheffing werd uiteindelijk inhoudelijk afgewezen, omdat de onderliggende vordering niet summierlijk ondeugdelijk werd geacht (artikel 705 Rv).
Maar de bevoegdheidsvraag was helder beantwoord.
Conclusie
Als de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft — bijvoorbeeld omdat de beslagleggers in Nederland wonen — kunnen de exclusieve bevoegdheidsregels over executiegeschillen daaraan niet in de weg staan.
Belangrijk is wel dat de vordering juist wordt ingesteld:
Niet: “heft het beslag op”
Maar: “veroordeelt de beslaglegger het beslag op te heffen”.
Dat juridische verschil bepaalt of de Nederlandse rechter bevoegd is.
Heeft u te maken met beslag of een hardnekkige vordering?
Bij Avinci Advocaten en Bedrijfsadvocaat krijgen wij regelmatig cliënten die:
- nog geld tegoed hebben van een (zakelijke) partner;
- twijfelen of procederen de moeite waard is;
- vrezen dat er niets te verhalen valt;
- hun relatie niet willen verstoren;
- of al jaren wachten op betaling.
Wij kijken zakelijk en strategisch naar uw positie en beoordelen realistisch uw kansen van slagen.
Want het zou zonde zijn als u als rechtmatige schuldeiser tekort wordt gedaan.
Incasso voor bedrijven – no cure, less pay
We hebben ruime ervaring in het innen van openstaande facturen, vorderingen, incasso’s en beslaglegging.
Wij kunnen voor u:
- Openstaande facturen innen
- Conservatoir beslag leggen
- Faillissement aanvragen
Bron: Via Nederlandse rechter buitenlands gelegd beslag opheffen: Recht.nl, Rechtspraak, Dutch Debts, Dirkzwager Advocatuur.




